Bibliotheek/Toepassingsgids

PlaagdierbeheerdersGeverifieerde handelsaccountsNL

Repeltec als laag in een plaagdierbeheersingsprogramma

Waar een afwerende oppervlaktelaag past in een IPM-programma: na inspectie en wering, naast monitoring en lokaas, nooit in plaats daarvan. Wat u behandelt, wat u vrijhoudt en wat er op het servicerapport komt.

Conceptformulering, in afwachting van regulatoire goedkeuring.

Lijntekening van een professional met handschoenen die met een drukspuit langs de plint spuit, insecten op de vloer en een klembord

01

Toepassingsgebied

Repeltec is een afweermiddel (productsoort 19 onder de Biocidenverordening), geen insecticide (productsoort 18). In een IPM-programma hoort het bij het preventie- en beschermingsdeel van de cyclus: nadat de inspectie de schuilplaatsen en looproutes heeft vastgesteld, nadat wering en hygiëne met de klant zijn besproken, en zodra een actieve populatie is teruggedrongen met de methoden die u al gebruikt.

Het is het behandelde oppervlak tussen de bezoeken door. Het vervangt geen inspectie, monitoring, wering, sanitatie, lokaas of knock-down, en het is geen eerste reactie op een actieve plaag.

Waar het komt: de looproutes tussen schuilplaats en de ruimte die u beschermt. Kieren en spleten, plinten en vloer-wandaansluitingen, leidingtracés en doorvoeringen, de achter- en onderkant van vaste apparatuur, deur- en raamkozijnen, drempels en andere toegangspunten, in de omgevingen die het etiket dekt.

Waar het niet komt: lokaasstations, gellokaasplaatsingen en de oppervlakken waarop ze zitten; monitoringpunten, interceptors, feromoonvallen en UV-insectenvangers; levensmiddelen en oppervlakken die met levensmiddelen in contact komen; onder spanning staande elektrische onderdelen; afvoeren. Een afweermiddel op de ondergrond rond een lokaaspunt kan de lokaasopname verminderen, en rond een monitor kan het de vangst verlagen en een trend verbergen.

02

Voorbereiding

Inspecteer en determineer eerst. Stel de soort vast, waar die schuilt en hoe die zich verplaatst, en beoordeel aan de hand van de drempelwaarde van de locatie of ingrijpen überhaupt nodig is. Een oppervlaktelaag op de verkeerde randen is gewoon product op een muur.

Meld de wering- en hygiënepunten schriftelijk voordat u behandelt: kieren rond leidingen, beschadigde afdichtingen, deurborstels, voedselresten, rommel. Repeltec op een niet-geweerd toegangspunt werkt tegen het gebouw in.

Leg vast waar de behandelde zones komen ten opzichte van het lokaas- en monitoringplan, en houd rond elk lokaaspunt en elke monitor een vrije marge aan. Stem de zones af met de verantwoordelijke persoon van de klant.

Reinig de oppervlakken en laat ze drogen; de coating hecht aan het oppervlak, niet aan stof of vet. Breng het niet aan over een natte residuele behandeling: laat eerdere toepassingen drogen en volg hun etiketten voor de volgorde. Test elk oppervlak buiten de geteste lijst eerst op een proefplek. Draag de persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) die het veiligheidsinformatieblad (VIB) voorschrijft en ventileer.

03

Toepassing

Een drukspuit voor de meeste locaties, met de instellingen uit het artikel over apparatuur en toepassing in deze bibliotheek; een microvezeldoek voor kozijnen, scharnieren en beugels. Een dunne, gelijkmatige laag langs de vastgelegde route, met banen die elkaar licht overlappen zodat er geen onderbreking ontstaat.

Behandel kieren en spleten bewust: de vloeistof op waterbasis loopt de kier in, en daar doet de behandeling haar werk. Stop vóór lokaaspunten en monitoren. Niet verzadigen; plassen op de vloer van een klant leveren een klacht en een extra bezoek op.

Oppervlakken op de geteste lijst: keramische tegels, glas, plexiglas, gegalvaniseerd ijzer, laminaat, ongeverfd cement, multiplex, tapijt, katoen, katoenmengsels en polyester. Al het andere (roestvrij staal, geverfd pleisterwerk, vinyl, gietvloeren, afgelakt hout) test u eerst op een proefplek en noteert u in het rapport als buiten de geteste lijst.

Bedwantsen: behandel bij een actief geval eerst de bronkamer met uw eigen methode. Repeltec hoort op de gedeelde routes van de omliggende kamers (deurkozijnen, plinten langs gedeelde wanden, doorvoeringen van leidingen en kabelgoten) en in kamers zonder actuele activiteit, terwijl interceptors en inspecties doorlopen.

04

Drogen en vrijgave

De ruimte wordt vrijgegeven wanneer de behandelde oppervlakken droog zijn, volgens het etiket. Geef de klant een schriftelijke heropeningstijd in plaats van een mondelinge, en zet die op het servicerapport. Ventileer tijdens het drogen.

05

Herbehandeling

Herhaal de behandeling met het interval op het etiket. Eerder waar de klant behandelde randen nat reinigt, op intensief gebruikte drempels en na elke grote schoonmaak of renovatie.

Laat de monitoringgegevens het ritme bepalen. Beoordeel bij een vast contract de behandelde zones bij elk bezoek: behandel opnieuw waar de registratie of een versleten oppervlak daarom vraagt, breid de zone uit waar monitoren nieuwe activiteit in de buurt laten zien, en schrap zones waar het risico is verdwenen. Herbehandeling volgt het programma; het is geen vaste spuitronde.

06

Registratie

Op het servicerapport: datum en tijd; locatie, ruimte en de behandelde zones op naam of plattegrondreferentie; doelsoort en de reden (preventief, of opvolging van een bevinding met verwijzing naar de monitor of registratie); behandelde oppervlakken en het geschatte aantal strekkende meters of de oppervlakte; product, batchnummer en gebruikte hoeveelheid; apparatuur; naam van de toepasser; de opgegeven heropeningstijd en aan wie; lokaaspunten en monitoren dicht bij de behandelde zones; aanbevelingen voor wering en hygiëne met wie daarvoor verantwoordelijk is; de volgende evaluatiedatum.

Berg het op in het plaagdierdossier van de locatie, naast de monitoringresultaten en de plattegrond, zodat een auditor het vindt waar die al kijkt. Markeer de behandelde zones op de plattegrond, naast de lokaas- en monitoringpunten. VIB en etiket horen bij de voorraad in de bus en in het locatiedossier.

Niet zeggen

Wat u de eindklant niet belooft

Vertel de klant niet dat het product insecten doodt, een plaag opruimt of een locatie plaagvrij houdt. Het doet geen van die dingen, en een technicus die iets anders beweert, veroorzaakt de klacht die bij u terugkomt.

Presenteer het niet als zelfstandige oplossing en gebruik het niet om minder bezoeken, minder monitoren of minder wering te rechtvaardigen dan de risicobeoordeling vraagt.

Noem het niet niet-giftig of onschadelijk, en doe geen uitspraken over resistentie, ziekte of volksgezondheid zonder regulatoire goedkeuring.

Zeg wat het is: een afwerende oppervlaktebehandeling op de looproutes, aangebracht na inspectie en wering, naast monitoring en lokaas, en vastgelegd in elk servicerapport.

Gebruik biociden veilig. Lees vóór gebruik eerst het etiket en de productinformatie.